Artikelen - Jodendom

Waarom ‘Holocaust’ geen taboewoord moet worden - Peter van ’t Riet - 2019
Bijdrage aan en discussie

Ik kom in mijn cursussen en bij mijn lezingen soms deelnemers tegen die van mening zijn dat het woord Holocaust zou moeten worden afgeschaft en er alleen nog maar over Sjoah gesproken en geschreven zou mogen worden. Nog zeer onlangs betoogde ook rabbijn Menno ten Brink onder de titel De Shoa was geen holocaust een vergelijkbaar standpunt in de Sidra van de Week in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 22 maart 2019. Holocaust is immers een woord van Griekse origine dat ‘brandoffer’ betekent, terwijl de dood van de zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog niets met een offer te maken zou hebben. Sjoah daarentegen is een Hebreeuws woord en betekent ‘vernietiging’, wat de jodenvervolging inderdaad was: de vernietiging van het overgrote deel van het continentaal-Europese Jodendom. Het is natuurlijk ieders goed recht om er zo over te denken, maar de suggestie die ervan uitgaat dat wie wel het woord Holocaust gebruikt, iets verkeerds doet, gaat mij veel te ver. Vandaar een korte beschouwing over dit woord, waar het vandaan komt, wat het betekent en hoe geschikt of ongeschikt het is om er de grote Vernietiging mee aan te duiden.

Wat betekent het woord Holocaust?
Het woord holocaust betekent ‘brandoffer’ en is afgeleid van een Oudgrieks woord dat letterlijk ‘geheel verbrand’ betekent. Dit was in de Oudheid een aanduiding voor een brandoffer aan een godheid. Toen de joodse vertalers van de Hebreeuwse Bijbel in de 3e eeuw vCJ voor hun Griekse vertaling (de Septuagint) een Grieks woord zochten om het Hebreeuwse Olah – letterlijk ‘opgaand offer’ – mee weer te geven, kozen zij voor een woord dat verwant is met holocaust. En als zodanig is het via de Septuagint ook het Christendom binnengekomen. Vandaar dat we bij dit woord vandaag helemaal niet meer aan een heidens brandoffer denken, maar eerder aan het brandoffer in de tempel in Jeruzalem.

Het Olah-offer is in de Tora een vrijwillig offer van een rund, schaap of geit, later ter wille van de armen ook van duiven (Leviticus 1). Met de totale verbranding ervan – op de huid na – drukte de offeraar zijn totale toewijding aan de Eeuwige uit: Heel mijn leven is aan Jou gewijd, zoals dit dier geheel in vuur en rook ten hemel stijgt. Het was een soort geloofsbelijdenis in de vorm van een daad. Het werd vrijwillig gebracht zonder enig eigenbelang. Ook dat aspect is voor degenen die liever Sjoah dan Holocaust gebruiken een belangrijk argument: Niet alleen was de dood van de zes miljoen joden geen offer, het overkwam ze al helemaal niet vrijwillig. En hoewel dat helaas helemaal waar is, is dat niet het enige dat er over te zeggen valt.

Waar komt de naam Holocaust vandaan?
Het woord holocaust werd al ver voor de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor massamoorden. Het oudst bekende gebruik is uit 1833, toen de Schotse journalist Leitch Ritchie de verbranding van 1300 inwoners in de kerk van het Franse dorp Vitry-le-François in 1142 door de Franse koning Lodewijk VII een holocaust noemde. De associatie met een brandoffer op een altaar lag immers voor de hand. Later werd het woord o.a. door Winston Churchill gebruikt om de Armeense genocide door de Turken tijdens de Eerste Wereldoorlog aan te duiden. De eerste keer dat het woord holocaust in het Engels werd toegepast op de genocide van de joden door de nazi’s, was al in 1942. Maar eerst in de jaren 1950 werd de term ‘de Holocaust’ (met bepaald lidwoord en hoofdletter) door historici ingevoerd als “technische term” voor de grote Vernietiging. Daarna is het woord langzaam maar zeker tot het algemene spraakgebruik in de VS en Europa gaan behoren. En hoewel er onder historici een discussie bestaat over de reikwijdte van het begrip 'Holocaust' (welke groepen vallen er wel en niet onder; over welke periode hebben we het precies?), kan men stellen dat het inmiddels de internationaal geijkte term is voor – in elk geval – de vernietiging van zes miljoen joden door de nazi’s voorafgaand en in de Tweede Wereldoorlog.

Het woord is daarom vandaag niet meer weg te denken uit het publieke domein. Overal wordt het gebruikt. Er is een Holocaust Memorial Day, er zijn Holocaust Monumenten, Holocaust Musea, Holocauststudies etc. In de internationale historische literatuur is het de belangrijkste aanduiding voor de grote Vernietiging. In de Encyclopaedia Judaica is de benaming zo vanzelfsprekend dat er niet eens een lemma gewijd is aan de herkomst van de naam Holocaust. In schoolboeken en televisieprogramma’s wordt de term gebruikt. En voor het grote publiek is Holocaust een woord dat veel herkenbaarder is dan het tamelijk onbekende Hebreeuwse woord Sjoah. Alleen al op de website van de Stichting Judaica Zwolle (www.judaica-zwolle.nl) komt het woord Holocaust minstens 28 keer voor. Om al deze redenen kunnen wetenschappelijke en educatieve organisaties niet om het woord heen en hoeft niemand er bezwaar tegen te maken dat dat woord gebruikt wordt al of niet in combinatie met het woord Sjoah.

Holocaust als terminus technicus
Behalve dat het woord Holocaust is ingeburgerd, is er nog een tweede reden waarom men het woord niet per se hoeft te vermijden. De betekenis van woorden in elke taal verandert namelijk in de loop van de tijd. We gebruiken in onze eigen taal veel woorden allang niet meer in hun oorspronkelijke betekenis. Soms krijgen woorden een totaal andere betekenis, soms wordt de betekenis ervan toegespitst op één aspect van de oorspronkelijke betekenis. Het woord Holocaust wordt tegenwoordig door niemand meer gebruikt in de oorspronkelijke betekenis van ‘brandoffer’ om de eenvoudige reden dat er geen brandoffers meer gebracht worden.

Ook het feit dat holocaust een van origine Grieks woord is waarmee een van de belangrijkste episoden uit de joodse geschiedenis wordt aangeduid die beter aangeduid zou kunnen worden met een Hebreeuws woord, is historisch gezien geen sterk argument. Het Jodendom kent immers allerlei essentiële begrippen waarvoor zowel een Grieks als een Hebreeuws woord bestaat. Het Griekse woord wordt dan meestal gebruikt voor de niet-joodse wereld, het Hebreeuwse (of Jiddische) voor de joodse wereld. We kennen de woordparen: Synagoge en Beet-Haknesset of Sjoel, Diaspora en Galoet, Pentateuch en Tora. Het woord Sanhedrin heeft zelfs geen duidelijk Hebreeuws equivalent. Waarom dan ook niet Holocaust voor de niet-joodse wereld en Sjoah voor de joodse wereld?

De link tussen martelaarschap en Holocaust
Maar er is nog een overweging die te maken heeft met het feit dat er binnen de joodse traditie wel degelijk een inhoudelijke link valt te leggen tussen het martelaarschap van de zes miljoen joden en het bijbelse brandoffer. Hoewel het Jodendom het actief nastreven van martelaarschap verwerpt, kent het wel degelijk het passieve martelaarschap: slachtoffer worden van vervolgingen om het simpele feit dat men jood is. Het is een martelaarschap dat niet gezocht wordt, maar dat – als het onontkoombaar is – ook niet ontvlucht wordt door het Jodendom de rug toe te keren. Het is een martelaarschap dat geldt als een getuigenis van trouw aan het verbond met de Eeuwige.

In de joodse traditie is deze vorm van martelaarschap altijd doordacht met behulp van het verhaal uit Genesis 22 over de Binding van Jitschak/Isaak. In de jaren ‘80 zijn daar twee nog steeds lezenswaardige boeken over verschenen onder redactie van de mede-oprichter van het Zwolse Vrije Leerhuis, Willem Zuidema. De titels luiden: “Isaak wordt weer geofferd: De verwerking van de Holocaust door Jodendom en Christendom” en: “Betekenis en verwerking: Het offer van Isaak en de Holocaust”. Daarin worden diverse voorbeelden besproken van vervolgingen en pogroms in de loop van de joodse geschiedenis, waarna de overlevenden de dood van hun geliefden niet zagen als een noodlot dat hen willoos overkwam, maar als een bewuste keuze de dood te aanvaarden om het Jodendom niet te hoeven verloochenen. Ook in die tijden van jodenvervolgingen, die vele eeuwen geduurd hebben, hebben niet alle joodse slachtoffers werkelijk een keuze gehad tussen vermoord worden of in leven blijven. Maar de overlevenden verwerkten hun verdriet door de moord op hun geloofsgenoten te zien als een keuze om aan het Jodendom trouw te blijven. En daaraan ontleenden zij de inspiratie om het Jodendom zelf heel bewust voort te zetten. Die bewuste keuze ontleenden zij aan het verhaal over de Binding van Jitschak.

In dat verhaal wordt Abraham door God geroepen zijn zoon Jitschak – en nu komt de link – te brandofferen op de berg Moria. In het Hebreeuws wordt Abraham opgedragen: ha’aleehoe, ‘brandoffer hem’! (Genesis 22:2). Het verhaal leent zich voor een uitgebreide toelichting, maar één ding wil ik eruit lichten. In kinderbijbels wordt meestal de voorstelling van zaken gegeven dat Jitschak/Isaak nog een kleine jongen was die willoos door zijn vader werd meegenomen op een verschrikkelijke reis. Maar in de joodse traditie is Jitschak een volwassen zoon van zijn vader die – als hij doorheeft wat zijn vader van plan is – bewust ervoor kiest zijn leven op te offeren voor hun beider trouw aan de Eeuwige. Dit is geen blinde gehoorzaamheid, maar een bewuste, vrij gekozen trouw vanuit het besef dat wie met de Eeuwige leeft, bereid moet zijn zijn of haar leven op het spel te zetten.

In de joodse geschiedenis is het verhaal van de Binding van Jitschak altijd op allerlei manieren herverteld. In sommige varianten stierf Jitschak wél, omdat God niet ingreep. Want dat was immers de ervaring waarmee de overlevenden hun leven moesten voortzetten. Het besef is altijd sterk geweest dat jood-zijn een gevaarlijke vorm van leven was en is. Maar het joodse leven de rug toekeren om biologisch in leven te kunnen blijven, dat is pas de echte dood. In dit verhaal over de Binding van Jitschak gebruikt de Septuagint, de oude joods-Griekse bijbelvertaling, het woord holokarpoosis. Dat woord is verwant met holocaust en heeft dezelfde betekenis. Er is dus vanuit de joodse traditie wel degelijk een link te leggen tussen de woorden Holocaust en Sjoah.

Tegen deze achtergronden ben ik van mening dat – zeker binnen organisaties en media die zich bezighouden met Jodendom en joodse geschiedenis – het woord Holocaust geen taboewoord moet worden. Dit sluit echter in het geheel niet uit dat ieder er een persoonlijke voorkeur voor kan hebben het woord Sjoah te gebruiken voor het gebeuren van de grote Vernietiging, terwijl anderen het met Holocaust aanduiden.

Bronnen
- Encyclopaedia Judaica, onder: Holocaust.
- Wikipedia, onder: Holocaust.
- Willem Zuidema e.a., [De in de tekst aangegeven titels], Ten Have te Baarn, 1980 resp. 1982.

Dit artikel is verschenen in Judaica Bulletin 32, 3, april 2019.
This is the website of Peter van 't Riet