Jodendom/Christendom

Gebedsgenezing - Peter van 't Riet
Vraag & Antwoord

Vraag : In een interview zeg je dat men in het Jodendom niet bidt voor lichamelijke genezing, maar meer voor psychisch c.q. geestelijk welbevinden. Hoe moet ik meerdere psalmen dan verstaan waarin wel om uitredding uit lichamelijk lijden wordt gebeden? En de genezing van de melaatse Naäman de Syriër bijvoorbeeld na zeven keer baden? Hoe moet ik dan de genezingsverhalen van het Nieuwe Testament verstaan? Hoe bijvoorbeeld de opwekking van Lazarus? Allemaal symbolische verhalen met een ‘diepere boodschap’? In de trant van: Wel waar maar niet echt gebeurd, zoals tegenwoordig algemeen aanvaard wordt in de academische theologie?

Antwoord : We moeten in het Jodendom onderscheid maken tussen het terrein van de halacha (de leefregels) en de aggada (narratieve theologie). Aggada bestaat uit verhalen die op narratieve wijze opvattingen aan de orde stellen over waar het in het leven om gaat, je zou kunnen zeggen de filosofie van het Jodendom. Bidden behoort tot het terrein van de halacha. Daarin geldt dat je best om lichamelijke genezing mag bidden, maar niet door een goddelijke ingreep in de natuurlijke scheppingsprocessen.

Halacha
Bidden is in de eerste plaats een opdracht aan jezelf om het doel waarvoor je bidt te helpen bereiken. Als je bidt om genezing dan houdt dat onder andere in dat je zelf meewerkt aan het bereiken van die genezing en dat je God daarbij om geestelijke hulp vraagt voor de zieke, voor jezelf en voor allen die bij het ziekbed zijn betrokken. Ook in de ergste gevallen kan er altijd hoop op genezing blijven, alleen heeft niemand er recht op.

Die hoop op genezing - ook bij ernstige ziekte - is naar joodse opvatting niet alleen gebaseerd op het natuurlijke herstelvermogen van het menselijk lichaam, maar bijvoorbeeld ook op de ontwikkeling van de medische wetenschap en het beschikbaar komen van nieuwe medicijnen. Verder op nieuwe inzichten en diagnoses van de artsen, op aanhoudende en goede verpleging, op betere behandelmethoden, op een gunstiger second opinion etc. Het gaat daarbij in wezen om een halachische zaak over wat mensen wel en niet te doen staat in een moeilijke of zelfs uitzichtloze situatie.

Dat sluit natuurlijk niet uit dat er een moment kan komen waarop je accepteert dat het levenseinde voor een ernstig zieke onafwendbaar is. Maar dat moment probeert men zo lang mogelijk uit te stellen, omdat het leven naar joodse opvatting ook onder moeilijke omstandigheden nu eenmaal grote waarde heeft.

Aggada
Verhalen behoren echter tot het terrein van de aggada. De opvattingen die daarin geventileerd worden, zijn vaak zeer persoonlijk. Historische gebeurtenissen en motieven worden ondergeschikt gemaakt aan het religieuze betoog in verhaalvorm. Dat geldt ook voor bijbelse verhalen.

In bijbelverhalen hebben ziekten in het algemeen een religieus-symbolische betekenis. Jezus geneest een verdroogde rechterhand in het midden van de synagoge (Lukas 6:6-11). Dat is de plek waar die hand gebruikt had moeten worden om tijdens de Toralezingen de Hebreeuwse tekst in de Torarol te kunnen aanwijzen (zie mijn brochure Twee sjabbatsverhalen van Lukas de Jood). Een lamme bij de tempelpoort wordt door de discipelen van Jezus genezen om weer aan de tempeldienst te kunnen deelnemen (Handelingen 3:1-10). Ik zeg weleens: Jezus genas geen gebroken benen, want die genezen uit zichzelf wel. Wat Lazarus betreft heb ik in mijn boek Het evangelie uit het leerhuis van Lazarus laten zien dat Lazarus moest worden opgewekt uit zijn besluiteloosheid om Jezus te volgen.

Overigens kun je in 2 Koningen 5:10-11 al de halachische opvatting lezen: Naäman verwachtte via de profeet een rechtstreekse ingreep van God, maar hij moest zelf aan zijn genezing gaan werken!

De academische opvatting tot slot: "Wel waar, maar niet echt gebeurd", zou ik willen omdraaien: Het is alleen waar als het wéér gebeurt.


This is the website of Peter van 't Riet