Artikel

Schatplichtigheid - Peter van 't Riet - 2025
Wat de wereld en speciaal de Westerse cultuur aan het Jodendom te danken heeft

Een van de zeventig boeken die ik nog in mijn achterhoofd heb, maar waaraan ik waarschijnlijk niet meer toekom, heeft als titel Schatplichtigheid. Het zou een overzicht moeten worden van de invloed die het Jodendom heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van de christelijke cultuur in de Westerse wereld. Het idee voor het boek is ontstaan in 1992 naar aanleiding van een studiedag van Stichting Judaica Zwolle ter gelegenheid van vijf jaar Vrije Leerhuis in de Zwolse synagoge en de publicatie van de lezingen daarna, waar ik nauw bij betrokken was. Deze lezingen gaven slechts gedeeltelijk zicht op het onderwerp, waardoor mijn wens groeide er ooit eens een breed overzicht over samen te stellen. Helaas is het er tot nu toe niet van gekomen.

Veel gegevens die wijzen in de richting van een grote joodse invloed op de ontwikkeling van de Westerse cultuur, zijn al wel uit de literatuur bekend. Maar een historisch overzicht waarin deze vaak onderhuidse invloed aan het licht wordt gebracht, heb ik nog niet kunnen vinden. Bovendien zijn sommige terreinen waarop die invloed heeft gewerkt, in de literatuur onderbelicht gebleven. In deze bijdrage aan het laatste nummer van het Judaica Bulletin geef ik een schets van wat mij daarbij voor ogen staat. 

De joodse oorsprong van het Christendom
Vandaag wordt algemeen ingezien, dat het Christendom van joodse origine is. Veel christenen weten inmiddels, dat Jezus van Nazareth een joodse volksleraar was, die het Jodendom nimmer de rug heeft toegekeerd. Hij predikte het koningschap van Israëls God met als doel de “sjaloom op aarde voor mensen van goede wil” (Lukas 2:14). Dat was een Aramees-joodse vorm van Jodendom met de Tora als grondwet voor het leven. Alles wat Jezus predikte – en wat door zijn latere volgelingen vaak uit zijn joodse context is gehaald – krijgt alleen zijn originele betekenis als het wordt opgevat binnen de kaders van de Tora en de Aramees-joodse traditie van die tijd. 
    Daarna kwam Paulus van Tarsus en werd het allemaal anders. Paulus was een hellenistische jood uit de Griekse Diaspora, opgegroeid in de Grieks-Romeinse wereld en daardoor verregaand beïnvloed. De leer die hij ontwikkelde, was geen leer meer over het koninkrijk Gods op basis van de Tora, zoals Jezus had onderwezen en voorgeleefd. Paulus’ leer werd een theologie, waarin Jezus zelf centraal stond als de hemelse verlosser van de zondige mensheid. Zoals ik in mijn recente Paulusstudies heb laten zien, is zijn theologie weliswaar geformuleerd met joodse woorden en begrippen, maar sterk beïnvloed door de Romeinse bestuurscultuur, Stoïsche en Platonische filosofie, en door de mysteriegodsdiensten, die wijdverspreid waren in de Grieks-Romeinse wereld. Die mix van ideeën verklaart ook het succes dat deze Paulinische vorm van christelijk geloof op den duur kreeg bij het “veroveren” van de Grieks-Romeinse wereld. Het Christendom is onder Paulus’ invloed een mengsel geworden van hellenistisch-joodse en Grieks-Romeinse ideeën en rituelen, die heel herkenbaar waren in de heidense wereld, maar nauwelijks nog een joods karakter hadden.

Anti-judaïsme in de vroege kerk
Al vroeg in de kerk van de 2e eeuw zijn er anti-judaïstische sentimenten te vinden in vroegchristelijke geschriften. Vanaf die tijd maken anti-joodse opvattingen in groeiende mate deel uit van de kerkelijke theologie en liturgie. Mijn vermoeden is, dat dat alleen te verklaren valt uit de angst van kerkvaders en kerkvorsten voor de invloed die van de levende joodse gemeenschappen in hun omgeving uitging op hun gelovigen. Veel gelovige christenen met een enigszins onafhankelijk inborst hebben immers de eeuwendoor de nodige aanknopingspunten gevonden tussen bijbelse teksten – ook die van de evangeliën – en de joodse levenspraktijk. Het gevaar van ketterijen lag in de kerk voortdurend op de loer en het Jodendom werd als een van oorzaken gezien.

Middeleeuwse ketterijen
Ketterse bewegingen zijn er de hele kerkgeschiedenis in allerlei soorten en maten geweest. Enkele uit de Middeleeuwen, zoals Waldenzen, Katharen en Hussieten, zijn het bekendst gebleven. Was het toeval dat deze stromingen zich vanaf de 12e eeuw ontwikkelden in streken met een omvangrijke en vaak geleerde joodse bevolking? De Waldenzen floreerden in de Provence en Lombardije, de Katharen in de Langedoc. Daar was in die tijd een grote joodse aanwezigheid. Hetzelfde was in de 15e eeuw het geval in Praag en Bohemen bij de opkomst van de Hussieten, de voorlopers van de Reformatie. En dit zijn nog maar de meest bekende ketterse stromingen. Zij werden allemaal – vaak samen met de joden – fel bestreden door kerkelijke functionarissen, pausen en concilies.
    Nu was het niet zo dat deze “ketters” bij de rabbijnen in de leer zijn geweest. Meestal koesterden zij, net zoals de kerk, weinig sympathie voor joden en Jodendom. Maar een grote joodse aanwezigheid in het openbare leven van steden en dorpen kan weldegelijk invloed hebben gehad op het gevoel van christenen, dat je ook anders over zaken kon denken dan de voorgeschreven leer van de Rooms-Katholieke kerk. En bewust of onbewust hebben veel christenen bij het lezen of horen van bijbelverhalen elementen van het joodse leven uit hun omgeving herkend in de bijbelse teksten.
    Ketterse leiders hoopten soms, dat joden zich bij hun beweging zouden aansluiten. Als dat niet gebeurde, veranderde aanvankelijke sympathie meestal in antipathie en antisemitisme, zoals later bij Luther het geval was. Maar ook wie zich afzet tegen zijn tegenstanders, neemt vaak zonder het te weten veel van hen over. De Reformatie is op tal van punten diepgaand door het Jodendom beïnvloed, ook als men dacht dat men er afstand van nam. Daarom zijn kerkleiders altijd erg beducht geweest voor contacten tussen joden en christenen, en werden de joden vaak samen met de ketters vervolgd. Helaas is de mogelijk joodse rol in het ontstaan van christelijke ketterijen nauwelijks onderzocht. In veel studies wordt dat aspect over het hoofd gezien, terwijl joden zo prominent aanwezig waren in ketterse streken en veel ketterse ideeën verwantschap vertoonden met joodse opvattingen.

Middeleeuws joodse geleerdheid
De Middeleeuwen leveren niet alleen voorbeelden van jodenvervolging op. De joodse geleerdheid op het gebied van bijbelkunde, Hebreeuwse taal en filosofie kwam op allerlei plaatsen tot bloei, vooral in Spanje, en waaierde uit naar Italië, Frankrijk en Duitsland. Dat ging gepaard met de productie van religieuze en literaire werken. De invloed daarvan op het Christendom wordt nogal eens onderschat. Weliswaar werd joodse geleerdheid door veel christelijke theologen fel bestreden, maar een geschrift als Gids der verdoolden van de joodse geleerde Maimonides (1135-1204) heeft bijvoorbeeld veel invloed uitgeoefend op de theologie van de christelijke geleerde Thomas van Aquino (1225-1274). Ook aan die intellectuele invloed zou Schatplichtigheid een hoofdstuk moeten wijden, want zelfs wie het gedachtengoed van een ander bestrijdt, wordt er vaak diepgaand door beïnvloed.

Renaissance, Reformatie en Verlichting 
Veel meer dan over de Middeleeuwen is er bekend over de joodse invloed op de christelijke wereld van het Westen als we bij de Renaissance, de Reformatie en de Verlichting aankomen. Het feodale Europa wordt langzaam maar zeker een samenleving van vrije burgers. Joodse geleerdheid – al of niet religieus – vindt zijn weg naar christelijke geleerden. In de Renaissance groeit de belangstelling voor oorspronkelijke bronnen in plaats van kerkelijk goedgekeurde vertalingen in Grieks en Latijn. Er ontstaat onder protestanten belangstelling voor de Hebreeuwse Bijbel in plaats van de Septuagint (Grieks) en de Vulgaat (Latijn). De Statenvertalers raadpleegden weliswaar geen joodse geleerden, maar maakten wel gebruik van joodse geschriften. Onder protestanten groeit de Hebreeuwse Bijbel uit tot een bron van religieus en moreel gezag. 
    Ook in het seculiere domein neemt de invloed van joodse geleerdheid toe. De dissidente joodse filosoof Spinoza is een belangrijke voorloper van de Verlichting geweest. Bekend is het werk van de grote rechtsgeleerde Hugo de Groot, dat sterk door zijn contacten met joodse geleerden is beïnvloed. De relatief grote vrijheid die joden genoten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maakte ons land tot een van de belangrijkste centra van joodse boekdrukkunst en van verspreiding van joodse literatuur in heel Europa. 

De moderne tijd
Na de Franse Revolutie en de Emancipatie van de joden brengt de religieus-joodse geleerdheid een spin-off voort via de enorme bijdrage die joodse onderzoekers en uitvinders leveren aan de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Met als bekendste verschijnsel het relatief grote aantal Nobelprijzen voor joodse geleerden. In zijn slotwoord op bovengenoemde studiedag in 1992 gaf dr. Willem Zuidema – die jarenlang docent was in het Vrije Leerhuis in de Zwolse synagoge – een overzicht van technische uitvindingen, medische ontdekkingen, wetenschaps- en culturele bijdragen door joodse geleerden en kunstenaars. Zelfs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die na de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Naties werd aangenomen, danken we vooral aan de inspanningen van de Frans-joodse rechtsgeleerde en Nobelprijswinnaar René Samuel Cassin (1887-1976). Weinigen weten dat meer. Helaas worden mensenrechten vandaag door autoritaire regimes misbruikt om hun eigen wandaden te verbloemen.

De modernisering van de christelijke theologie
In de loop van de 20e eeuw groeit ook de joodse invloed op de christelijke theologie. Voor het eerst worden in christelijke kringen joodse geleerden zoals Martin Buber, Franz Rosenzweig en Joseph Klausner openlijk serieus genomen. Zij hebben een aanzienlijke invloed gehad op de modernisering van christelijke bijbelkunde en theologie. Veel predikanten en pastoors verkondingen vandaag in hun preken – soms zonder het te weten – standpunten die gemeengoed zijn geworden onder invloed van joodse studies door hun vakgenoten. 
    Vanzelfsprekend liep de joodse invloed op de christelijke cultuur in het Westen – de wereld van het Oosterse Christendom heeft zich er meer voor weten af te sluiten – parallel met, of tegengesteld aan, allerlei andere ontwikkeling. En omgekeerd zijn er ook invloeden te beschrijven van de christelijke cultuur op het joodse leven in onze streken. Dat neemt echter mijn vermoeden niet weg dat de joodse moderniteit – die al eeuwen oud is – van grote betekenis is geweest voor het ontstaan van de Westerse wereld zoals die er nu uitziet. 

Schatplichtigheid
Als ik er ooit aan toe zou komen Schatplichtigheid te schrijven, zal de historische lijn door het boek wel anders verlopen dan hierboven geschetst. Veel aspecten die ongenoemd bleven, zullen wellicht worden toegevoegd. Zo gaat dat immers bij het schrijven van een boek. Het betoog ontwikkelt zich door groeiend inzicht in de materie. Maar ik vermoed dat overeind blijft staan, wat ik twintig jaar geleden schreef in de conclusie van mijn boek Het mensbeeld van de Tora, te weten dat het mensbeeld van Tora en Jodendom al duizenden jaren zo modern is als wat.
    Het Jodendom gaat niet uit van een hiërarchisch, maar een egalitair georganiseerde samenleving. Het legt grote nadruk op individuele verantwoordelijkheid en roept tegelijkertijd op tot gemeenschapszin en sociale rechtvaardigheid. Het heeft nauwelijks een metafysische, maar wel een sterk ethische instelling met betrekking tot het menselijk bestaan. Het vertoont een empirisch aanvaardende houding ten opzichte van de bestaande werkelijkheid (de door God gegeven schepping) en tegelijkertijd een actiebereidheid tot de verbetering daarvan (partnerschap in het scheppingsproces). Het is gebaseerd op de gelijkwaardigheid van alle mensen en streeft ernaar conflicten op te lossen met zo weinig mogelijk fysiek geweld. Tot slot is de mens een lerend wezen dat zich permanent moet blijven ontwikkelen. Op grond daarvan durf ik te stellen, dat de wezenlijke trekken van de moderne Westerse samenleving al sinds eeuwen hebben bestaan in het Jodendom, dat aan de vorming ervan een grote bijdrage heeft geleverd.
   
Tot slot
De Westerse wereld is geëvolueerd van een verzameling oorlogszuchtige, autoritair geregeerde volken tot democratische natiestaten, waarin burgers gelijkberechtigd leven met veel vrijheden en burgerrechten. Besef en kennis van schatplichtigheid aan de joodse godsdienst en cultuur kan ons helpen die wereld niet alleen beter te begrijpen, maar ook te verdedigen tegen autoritaire ideologieën, of zij nu godsdienstig of seculier van karakter zijn.
    Dat wat we indertijd bedoelden met de oprichting van de Stichting Judaica Zwolle – de verspreiding van kennis van de joodse godsdienst, taal, geschiedenis en cultuur – zal na dit laatste nummer van het Judaica Bulletin hopelijk zijn weg vinden via andere kanalen.

Literatuur
- De invloed van het Jodendom op de Westeuropese cultuur, Bijdragen aan een studiedag ter gelegenheid van vijf jaar Vrij Leerhuis in de Zwolse synagoge, Eindredactie: Peter van ’t Riet, Stichting Judaica Zwolle, 1992.
- Het mensbeeld van de Tora, Peter van 't Riet, Folianti, Zwolle, 2014.


Dit artikel werd gepubliceerd in Judaica Bulletin 38, nr. 4, uitgave van de Stichting Judaica Zwolle, juli 2025.


This is the website of Peter van 't Riet